Resultaten 3de nationale studie naar de leefsituatie van trans en/of non-binaire personen in België
In 2024 deed het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM)Externe link in samenwerking met het Transgender Infopunt opnieuw (voor de derde keer) onderzoek naar de leefsituatie en discriminatie-ervaringen van trans en/of non-binaire personen in België. Dit keer namen 975 personen deel, het grootste aantal tot dusver. De resultaten tonen duidelijk aan dat de nood om ervaringen te delen groot is én dat de maatschappelijke, juridische en zorgcontext onder druk staat.
Evoluties op 7 jaar tijd
Het is van groot belang om stil te staan bij de maatschappelijke en juridische veranderingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan. Waar in 2018, ten tijde van de publicatie van de tweede studie, nog een gevoel van optimisme overheerste, is de situatie zeven jaar later duidelijk veranderd.
Vandaag de dag wordt het recht op bestaan van trans personen steeds meer in vraag gesteld. In meerdere landen worden verworven rechten teruggeschroefd en wordt de toegang tot medische zorg steeds moeilijker. Zowel online als offline is er sprake van een toenemend vijandig discours tegenover trans personen.
De veiligheid en het welzijn van trans personen staan hierdoor overal onder druk. Trans personen rapporteren meer geweld- en discriminatie-ervaringen. Dat wordt o.a. ook bevestigd door onze studie Genoeg - Enough - Assez (rapport en samenvatting) Externe linknaar de geweldervaringen van LGBTI+ personen in België.
Focus op impact transwet 2017 - in werking vanaf 2018
De transwet stelt trans personen in staat om hun identiteitsdocumenten makkelijker aan te passen, overeenstemmend met hun genderidentiteit. Er waren echter nog hiaten: het onherroepelijk karakter (slechts 1x) en de binaire benadering (enkel keuze van M naar V en omgekeerd). In 2023 werd het mogelijk om meermaals de registratie aan te passen. We wachten nog steeds op een genderinclusieve registratie die komaf maakt met de binaire benadering.
In hoofdstuk 4 van het rapport vind je terug hoe de respondenten zelf hun gender het liefst geregistreerd zien.
Focus op non-binaire personen
Non-binaire personen nemen een belangrijke plek in binnen het maatschappelijke debat over genderdiversiteit en worden steeds zichtbaarder. Met 38,8% of bijna 4 op 10 vormen zij nu de grootste groep onder de 975 respondenten. Dit toont aan dat overheden en instellingen zich dienen voor te bereiden op de specifieke noden van deze doelgroep.
In hoofdstuk 8 worden hun ervaringen en noden uitgebreid aangehaald.
Bevindingen en aanbevelingen
Socio-demografisch profiel
- Proportie van non-binaire personen stijgt aanzienlijk tot bijna 4 op de 10 van alle respondenten.
- Ondanks het hoge opleidingsprofiel, geeft een kwart aan werkloos, arbeidsongeschikt of ziek te zijn.
- Bijna een kwart woont alleen, en ervaart economische stress, wat aanzienlijk hoger ligt dan in de Belgische bevolking.
Bewustwording en coming-out
- Bewustwording en coming-out gebeurt steeds vaker in de puberteit. Informatie en opvang op maat van tieners is noodzakelijk.
- Schoolbesturen dienen een proactief beleid te ontwikkelen samen met ouders.
- Er is nood aan meer informatie en sensibilisering over en voor gender non-binaire personen.
- Er is nood aan een stijgende bewustwording over bestaande richtlijnen voor genderinclusief taalgebruik.
Officiële documenten
- De transwet had een duidelijk positief effect. Er blijft echter een aanzienlijke groep die geen mogelijkheid heeft hun gender te erkennen in het huidig wettelijk stelsel.
- De doelgroep zelf geeft aan dat de meest aanvaardbare optie bestaat uit 'geen gendermarker tonen'.
- De meerderheid van de respondenten zou hun juridisch geslacht niet registreren indien dit niet wettelijk verplicht zou zijn, en de helft vindt het niet belangrijk om een gendermarker te registreren op identiteitsdocumenten. Men dient te onderzoeken of deze mening wordt gedeeld door de rest van de bevolking.
Discriminatie en negatieve ervaringen
- Vermijdingsgedrag alsook het meemaken van negatieve ervaringen en discriminatie, zijn geconnecteerd met een verminderd psychisch welzijn.
- Online ervaringen op sociale media moeten nader onderzocht worden.
- Negatieve ervaringen op school, werk en in de gezondheidszorg komen nog steeds erg frequent voor. Blijvende initiatieven om te werken aan sensibilisering en het bestrijden van deze discriminaties zijn nodig.
- Er is een langzame vooruitgang in ervaringen met huisartsen, maar er is nog marge voor verbetering.
- Initiatieven op het vlak van genderdiversiteit op de werkvloer blijken een positieve impact te hebben op jobverloop en verminderen de kas negatieve ervaringen.
- Hulpverleners hebben informatie nodig voor het ontwikkelen van gepaste zorg.
- De terugbetalingsmodaliteiten voor transgenderzorg, zoals de conventie transgenderzorg, dienen te worden uitgebreid.
- Er is nood aan meer aandacht voor psychologisch welzijn en zorg, die betaalbaar en toegankelijk is.
- Er is voldoende info nodig over het aanbod aan hulpstukken.
- Transgenderzorg wordt nog erg vaak beschouwd als een esthetische ingreep waarvoor geen terugbetaling is voorzien, in plaats van medisch noodzakelijke zorg. Er moet een evaluatie komen van wat esthetisch en wat medisch noodzakelijke zorg is.
- Er moet meer informatie en ondersteuning komen voor deze doelgroep over hoe te reageren en waar ondersteuning te vinden bij discriminatie.
- Er moet blijvend ingezet worden op bewustwording bij de doelgroep over de kennis van hun rechten en beschermende kaders.
- Er dient bij politie en justitie meer aandacht te zijn voor de opvolging van klachten en er moet bij deze diensten blijvend ingezet worden op vorming.
- Voor seksueel geweld dienen de Zorgcentra na Seksueel Geweld meer bekend te worden gemaakt.
Welzijn
- Inzetten op sociale steun en verbondenheid, en dit zowel in sociale relaties als in de familie van herkomst.
- Inzetten op de zichtbaarheid van rolmodellen en positieve verhalen.
- Inzetten op de bestrijding van mis- en desinformatie en haatspraak op/door sociale media en politieke partijen.
Uitgebreidere concluderende aanbevelingen van de onderzoekers en respondenten vind je op pp. 141-143 van het rapport.