Wat/wie neem je mee? 

Meerderjarigen en ontvoogde minderjarigen nemen mee: 

  • Identiteitsbewijs; 
  • Ondertekende verklaring (zie verder);
  •  Uittreksel uit het strafregister, model 1 (kan je opvragen bij de burgerlijke stand).

Niet-ontvoogde minderjarigen (vanaf 16 jaar) nemen mee: 

  • Identiteitsbewijs; 
  • Ondertekende verklaring (zie verder);
  • Uittreksel uit het strafregister, model 1 (kan je opvragen bij de burgerlijke stand);
  • Bijstand van beide ouders of diens wettelijke vertegenwoordiger(s) bij de eerste verklaring; 
  • Een verklaring van een kinder- of jeugdpsychiater waaruit blijkt dat de betrokkene deze beslissing kan nemen.  

Stap 1: eerste verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand 

Je maakt een afspraak bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van je woonplaats (stad- of gemeentehuis waar je gedomicilieerd staat). Je geeft een eerste schriftelijke en ondertekende verklaring af. In deze verklaring staat:  

  • Je officiële naam en voornaam (zoals deze op je huidige identiteitskaart staan), je geboortedatum en geboorteplaats; 
  • Dat je de overtuiging hebt dat het geslacht vermeld op de geboorteakte niet overeenstemt met je innerlijk beleefde genderidentiteit; 
  • Dat je de administratieve en juridische gevolgen van een aanpassing van de geboorteakte kent en wenst.  

Je kan hier een modelverklaring downloaden om je eerste verklaring op te stellen. Je kan dit formulier normaal ook krijgen bij de ambtenaar van burgerlijke stand en ter plaatse invullen.  

Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand de aangifte heeft ontvangen, krijg je hier een ontvangstbevestiging van. Deze bewaar je om mee te nemen wanneer je de tweede verklaring gaat afleggen (zie stap 2).  De ambtenaar geeft je eerste verklaring door aan de Procureur des Konings (PdK) bij de rechtbank van eerste aanleg. De PdK heeft drie maanden tijd om een negatief advies uit te brengen. Concreet zal de PdK kunnen nagaan of er sprake is van identiteitsfraude. Bij een negatief advies brengt de ambtenaar jou daar direct van op de hoogte. Indien er geen negatief advies volg, wordt het advies positief geacht en ga je tussen de drie en zes maanden terug naar dezelfde ambtenaar van de burgerlijke stand.  

Stap 2: bevestiging van de verklaring bij de ambtenaar van burgerlijke stand 

Ten vroegste drie maanden en ten laatste zes maanden na de aanvraag ga je terug naar dezelfde burgerlijke stand waar de aangifte werd gedaan. Wanneer er geen negatief advies van de PdK is, krijg je hier geen melding van. Vanaf drie maanden na de eerste verklaring kan je dus gewoon terug naar de burgerlijke stand gaan voor een tweede verklaring. Wanneer je te lang wacht (meer dan zes maanden), moet je een nieuwe procedure starten, en dus terug drie maanden wachten. Hou dus goed bij binnen welke termijn je je terug bij de burgerlijke stand moet melden. 

Wanneer je de tweede keer langsgaat bij de ambtenaar van burgerlijke stand, neem je je identiteitskaart mee en het ontvangstbewijs dat je kreeg bij de eerste aangifte. Je tekent opnieuw een schriftelijke en ondertekende verklaring waarin staat:  

  • Je officiële naam en voornaam (zoals deze op je huidige identiteitskaart staan), je geboortedatum en geboorteplaats; 
  • Dat je nog steeds overtuigd bent dat het geslacht vermeld in de geboorteakte niet overeenstemt met je innerlijke beleefde genderidentiteit; 
  • Dat je je bewust bent van de administratieve en juridische gevolgen van deze aanpassing van de geboorteakte; 
  • Dat je je bewust bent van het onherroepelijke karakter van de aanpassing van de geboorteakte. 

Ook voor de tweede verklaring kan je hier een modelverklaring downloaden. Je kan dit formulier normaal ook krijgen bij de ambtenaar van burgerlijke stand en ter plaatse invullen.

Indien je verhuisd bent na de eerste verklaring, moet je de tweede verklaring in dezelfde gemeente afleggen waar je de procedure hebt opgestart, dus waar je de eerste verklaring hebt afgelegd. 

Na de tweede verklaring moet de ambtenaar van de burgerlijke stand het geregistreerde geslacht wijzigen door de akte van aanpassing van het geregistreerde geslacht digitaal te verbinden met jouw andere akten van de burgerlijke stand waarin jouw geslacht vermeld is. Indien geen bezwaar kan de wijziging onmiddellijk of binnen enkele dagen worden afgerond.

Onder ‘gevolgen na aanpassing’ vind je een overzicht van alle instanties waarbinnen je geslachtsregistratie automatisch gewijzigd zal worden, en bij welke instanties je je wijziging zelf zal moeten communiceren.  

Procedures voornaam en geslachtsregistratie gelijktijdig opstarten

De procedures voor voornaamswijziging en aanpassing van geslachtsregistratie kunnen op hetzelfde moment gestart worden, maar dit hoeft niet. Het kan echter wel administratief voordelig zijn om de voornaamswijziging aan te vragen op het moment van de tweede verklaring van de geslachtsregistratiewijziging, want dan hoef je slechts één keer een nieuwe identiteitskaart aan te vragen. 

geslachtsregistratie aanpassen bij minderjarigen 

Vanaf 16 jaar kan een jongere een aanvraag indienen om de geslachtsregistratie aan te passen. De stappen zijn dezelfde als hierboven beschreven, maar er zijn twee bijkomende vereisten:  

  • De jongere van 16-17 jaar moet bij de aangifte ook een verklaring van een kinder- en jeugdpsychiater toevoegen;  
  • De jongere moet zich laten bijstaan door beide ouders of diens wettelijke vertegenwoordiger(s) die toestemming geven. 

De kinder- en jeugdpsychiater moet door middel van een verklaring bevestigen dat de jongere over voldoende onderscheidingsvermogen beschikt om de voortdurende overtuiging te hebben dat het toegewezen geboortegeslacht en de innerlijk beleefde genderidentiteit niet overeenstemmen. De psychiater bekijkt dus of de jongere in staat is om deze beslissing alleen te nemen (en niet of er een verschil is tussen je geboortegeslacht en je innerlijk beleefde genderidentiteit, noch of er sprake is van genderdysforie). Een modelformulier voor de verklaring kan je hier downloaden. Dit attest mag ook al opgesteld worden in de maanden voorafgaand aan de zestiende verjaardag.  

De niet-ontvoogde minderjarige wordt bijgestaan door beide ouders of diens wettelijke vertegenwoordiger(s). De beide ouders moeten de eerste en tweede verklaring mee ondertekenen. Indien het onmogelijk is voor de ouders om gelijktijdig bij de burgerlijke stand de verklaringen te ondertekenen, kunnen zij dit ook elk afzonderlijk doen op verschillende momenten. Indien één of beide personen weigeren om de jongere bij te staan, kan de jongere met een verzoekschrift aan de familierechtbank vragen om een ‘voogd ad hoc’ aan te duiden. In dit geval krijgt de jongere een advocaat toegewezen door de rechter, die de jongere zal bijstaan in de plaats van de ouders. 

Oud en nieuw rijksregisternummer (RRN) linken 

Indien je rijksregisternummer (RRN) recent werd gewijzigd, kan je mogelijks problemen ervaren om je oude en je nieuwe RR aan elkaar te linken. Wat in deze situaties kan helpen, is een speciaal uittreksel uit het bevolkingsregister dat kan worden opgemaakt en afgeleverd door de ambtenaren van de burgerlijke stand waarop het oude en nieuwe rijksregisternummer vermeld worden.

Met dit uittreksel zou elke persoon wiens geslachtsregistratie (en RRN) werd gewijzigd een bewijsdocument van de (nieuwe) identiteit kunnen voorleggen wanneer officiële instanties daar naar vragen (en zou een bank of enige andere dienst die een dergelijk bewijs vraagt dus niet mogen twijfelen om iemand met een nieuw rijksregisternummer dezelfde rechten toe te kennen als diegene die deze persoon had onder het oude RRN). Meer informatie over de administratieve gevolgen na een wijziging van voornaam en/of geslachtsregistratie lees je onder ‘gevolgen na aanpassing’.

Tot welke gemeente moet je je richten? 

Je doet aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar je bent ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister. Dit wil zeggen, de plaats waar je gedomicilieerd bent.

Als je de Belgische nationaliteit hebt, maar niet bent ingeschreven in het Belgisch bevolkingsregister, doe je aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van je actuele verblijfplaats. Als je ook geen actuele verblijfplaats in België hebt, doe je aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in de Stad Brussel.

In dit geval geef je een adres op waarnaar een eventuele weigering kan worden verstuurd. Het adres van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de Stad Brussel is: Administratief Centrum van de Stad Brussel, Anspachlaan 6, 1000 Brussel.

E-mail: transcription.dem@brucity.be

Laatst nagekeken op: .