Binnen de transgenderzorg bestaan uiteenlopende visies en werkwijzen, die variëren van land tot land, maar ook tussen zorgverleners en zorginstellingen. In Vlaanderen is momenteel een verwijsbrief van een psychosociaal hulpverlener (psycholoog, psychotherapeut, seksuoloog) vereist voordat men beroep kan doen op medische genderzorg, zoals een hormoonbehandeling of operaties. Een diagnose volgens de DSM 5 of ICD-11 kan wel helpen bij terugbetaling van de zorg door je mutualiteit of verzekering, maar er zijn onderlinge verschillen in de mate waarin dit vereist wordt.

Er zijn momenteel twee soorten van classificatiesystemen van diagnoses in gebruik:

  • diagnose “genderdysforie” volgens de DSM 5
  • diagnose “genderincongruentie” volgens de ICD-11

Als TIP prefereren wij de classificatie van de ICD-11 boven de classificatie van de DSM 5. Transgenderzorg mag wat ons betreft niet gelijk worden gesteld met pathologisering, en dient toegankelijk én betaalbaar te zijn voor zij die daar nood aan hebben.

Hoe de classificatie vroeger verliep voor transgender personen, kan je hier nalezen. Ook over de geschiedenis van transgenderzorg lees je elders meer. Op deze pagina kan je de huidige Vlaamse visies terugvinden. 

Genderdysforie

De diagnoseterm "genderdysforie" is opgenomen in het psychiatrisch classificatiesysteem “Diagnostic and statistical manual of mental diseasesExterne link ” (kortweg DSM). Men gaat uit van genderdysforie als psychische stoornis.

Dit handboek is uitgegeven door de American Psychiatric Association (APA), en wordt in heel veel landen aanzien als hét handboek voor psychiatrische diagnostiek. 

Om de diagnose "genderdysforie" te kunnen stellen, moet iemand gedurende minstens zes maanden duidelijk een ander gender ervaren of tot uiting brengen. Bij kinderen geldt eveneens dat zij de wens moeten uiten om tot een ander gender te behoren, en dat zij dit ook zelf onder woorden kunnen brengen. 

De stoornis veroorzaakt volgens deze diagnose “klinisch significante lijdensdruk, beperkingen in het sociale of beroepsmatige/schoolse functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen” (APA, 2015).

Genderincongruentie

De diagnoseterm "genderincongruentie" is opgenomen in de “International Classification of Diseases 11th RevisionExterne link “ (kortweg ICD-11). De ICD is uitgegeven door de World Health Organisation (WHO). 

In de ICD-11 zijn alle transgerelateerde categorieën verwijderd uit het hoofdstuk over mentale en gedragsstoornissen, waar ze voordien stonden. De huidige transgerelateerde categorieën heten: “Genderincongruentie in adolescentie en volwassenheid” en “Genderincongruentie bij kinderen”. Deze categorieën zijn opgenomen in een nieuw ICD-hoofdstuk, namelijk hoofdstuk 17 over “Conditions related to sexual healthExterne link ”.

De term "genderincongruentie" wordt omschreven als volgt: “Gender incongruence is characterized by a marked and persistent incongruence between an individual’s experienced gender and the assigned sex. Gender variant behaviour and preferences alone are not a basis for assigning the diagnoses in this group.”

De reden om toch een diagnose te behouden (maar dan niet meer als mentale stoornis, maar als een seksuele gezondheidsgerelateerde conditie) is om de terugbetaling van transgenderzorg te waarborgen. 

Transgender zijn versus genderdysforie / genderincongruentie hebben

Volgens de actuele visies in transgenderzorg, kan iemand perfect een gendervariante identiteit of -expressie hebben zonder dat hier enige nood tot medische behandeling of psychologische begeleiding mee gepaard gaat. Niet alle trans personen ervaren een “groot conflict of lijdensdruk” rond hun lichaam en identiteitsbeleving.

Wanneer trans personen een vorm van behandeling of begeleiding wél noodzakelijk vinden, heeft die voornamelijk als doel de beleefde genderincongruentie/genderdysforie te verlagen. Ook non-binaire personen kunnen een diagnose genderincongruentie of genderdysforie krijgen, en beroep doen op transgenderzorg.  

Huidige behandelingsrichtlijnen in transgenderzorg

In België zijn er geen nationale richtlijnen in de transgenderzorg. De meeste zorgverleners volgen wel de internationale richtlijnen zoals uitgevaardigd door de World Professional Association for Transgender Health (WPATH)Externe link : de zogenaamde ‘Standards of Care’ (SOC). 

De huidige SOC 8Externe link heeft expliciet ook aandacht voor personen die géén genderdysforie ondervinden, maar eerder genderdivers zijn. Er is ook een apart hoofdstuk rond non-binair zijn. Uit onderzoek blijkt immers dat non-binaire personen niet dezelfde noden en wensen hebben als trans mannen en trans vrouwen, en dat zij ook duidelijke verschillen in mentaal welzijn en gezondheid rapporteren (Burgwal et al. 2019). 

De zorg is sterk geïndividualiseerd: sommige transgender personen zijn geholpen met enkel gesprekken en hebben geen behoefte aan hormoontherapie en/of chirurgische ingrepen, terwijl anderen die wel nodig vinden om zich goed te voelen. Er bestaat niet zoiets als ‘het juiste’ traject dat trans personen moeten afleggen. Medische stappen maken je ook niet meer of minder ‘trans’. De duur, het tempo en de inhoud van een transitie staat niet vast, maar bepaal je zelf.

    Kan er iets verbeterd worden aan deze pagina?

    Laatst nagekeken op: .