Depressie, angst en suïcidaliteit

Een groot aantal internationale en nationale studies hebben verhoogde risico’s van depressie1 , angst2 en suïcidaliteit3 aangetoond bij transgender personen in vergelijking met cisgender personen4 . Deze verhoogde percentages zijn in verband gebracht met een gebrek aan toegang tot transgenderzorg, complexe trauma’s, sociale uitsluiting, stigma, geweld en discriminatie5 .

Suïcide

In de studie 'Leven als transgender persoon in België: Tien jaar later' (2017)Externe link PDF  kwam naar voren dat maar liefst 77,1% ooit aan zelfmoord dacht, een stijging ten opzichte van de 62,3% in de voorgaande studie (2009)Externe link PDF . Andere studies maken een schatting van 37% tot 83%6 , in vergelijking met 9,2% bij de cisgender bevolking7 . Dezelfde trend valt op te merken voor zelfmoordpogingen, met cijfers van 9,8 tot 44%8 , opnieuw veel hoger dan de 2,7% bij cisgender personen9 . In de studie 'Leven als transgender persoon in België: Tien jaar later' (2017Externe link PDF ) gaf 33,5% aan ooit een zelfmoordpoging ondernomen te hebben, een lichte daling ten opzichte van 38,6% in de voorgaande studie (2009)Externe link PDF . De sterftecijfers bij transgender personen als gevolg van suïcide ligt ook beduidend hoger dan bij de cisgender populatie10

Suïciderisico lijkt voor te komen tijdens elke fase van een transitieproces, maar lijkt ook af te nemen naarmate het proces vordert. Het is belangrijk om specifiek aandacht te hebben voor suïciderisico bij counseling en gespreksbegeleiding voor trans personen, alsook om suïcidepreventie programma's aan te bieden. In het kader van het suïcidepreventieproject ontwikkelde het TIP in samenwerking met çavaria en VLESP de website GendervonkExterne link  met tips en tricks voor een beter mentaal welzijn.

Ervaringen met geweld en discriminatie

Verschillende studies toonden reeds aan dat de mentale gezondheid van trans persoon sterk gelinkt is aan de ervaring van geweld, discriminatie en een algemeen gebrek aan sociale aanvaarding en steun11 . Ervaringen met slachtofferschap, geïnternaliseerde minderheidsstress, problemen met zelfaanvaarding, angst voorafgaand aan een zelfonthulling/coming-out, zorgen omtrent negatieve reacties op het overschrijden van binaire gendernormen, en gebrek aan ouderlijke steun en aanvaarding, zijn allen direct gerelateerd aan suïcidale gedachten en zelfbeschadiging.

Studies gefocust op jongeren tonen gelijkaardige patronen aan, waarbij stigmatiserende interacties zoals discriminatie, negatieve reacties tijdens sociale interacties en pesten resulteren in een hogere kans op het ontwikkelen van een psychopathologie. De afwezigheid van hechte relaties met leeftijdsgenoten blijkt de sterkste voorspeller voor emotionele en gedragsproblemen. Een hechte familieband, verbondenheid op school en betekenisvolle relaties, zorg en steun daarentegen, resulteren in 5 keer minder risico op psychologische moeilijkheden12 13 . Een beter begrip van deze minderheidsstressoren en weerbaarheidsfactoren kan de mogelijkheid van de zorgverlener verbeteren om samen doelen te ontwikkelen om de behandelingsnoden van transgender en genderzoekende personen te adresseren.

Aandacht voor mentale klachten 

Deze mentale klachten kunnen afnemen door middel van gepaste psychosociale begeleiding, toegang tot passende genderbevestigende zorg en met interventies die discriminatie en minderheidsstress verminderen. Zo toonde een Belgische follow-up studie verhoogde scores van angst en depressie aan voornamelijk vóór de start met genderbevestigende zorg, maar significante dalingen in angst, depressie, interpersoonlijke sensitiviteit en vijandigheid na de start met genderbevestigende zorg14 . Ook lagen de psychologische paramaters in lijn met de cisgender bevolking nadat een trans persoon met hormonale therapie gestart was.

Bijzondere aandacht voor deze psychische moeilijkheden tijdens de gespreksbegeleiding is belangrijk en noodzakelijk, maar dit mag volgens de internationale zorgstandaarden voor transgenderzorg (SOC8)Externe link  echter geen belemmering vormen voor toegang tot medische transgenderzorg. Vaak worden deze moeilijkheden gezien als iets waar men moet van 'genezen' voordat men toegang kan krijgen tot een genderbevestigende behandeling of ingreep. Integendeel, deze interventies kunnen de mentale gezondheid van een persoon in grote mate ondersteunen en verbeteren 15 . Niet in staat zijn toegang te krijgen tot deze zorgen kan daarentegen de mentale gezondheid negatief beïnvloeden. Voor specifieke mentale gezondheidsproblemen kan bijkomende psychologische ondersteuning aanbevolen zijn. Relatie- of gezinstherapie kan ook aangewezen zijn, indien gewenst.

Zeldzame mentale gezondheidssituaties

Echter wordt wel geadviseerd om er rekening mee te houden dat in zeldzame situaties het verlangen van man, vrouw of genderdivers zijn, onderdeel kan zijn van een psychose. Het onderscheid met een transgender identiteit kan gemaakt worden op basis van de aanwezigheid van andere psychotische symptomen, zoals wanen, hallucinaties en gedesorganiseerd spreken en dergelijke. 

Eveneens zeldzaam kan het voorkomen dat gendergevoelens worden beschreven in het kader van een morfodysfore stoornis: daarbij heerst er bijvoorbeeld de hardnekkige overtuiging dat genitalia vies zijn en moeten worden verwijderd. In deze gevallen is er doorgaans geen rapportage van algemene onvrede met het biologische geslacht en identificatie met de daarbij horende genderrol.

 

Laatst nagekeken op: .