Lange wachttijden in transgenderzorg, wat kan je doen?

Aanhoudend lange wachttijden 

Afgelopen weekend berichtte De Zondag over de aanhoudend lange wachttijden voor transgenderzorg. Bij het UZ Gent staan momenteel 1.777 mensen op de wachtlijst. Voor volwassenen kan de wachttijd er oplopen tot vier jaar, voor jongeren tot drie jaar. Ook bij andere geconventioneerde centra blijven de wachttijden lang.

Notie: in niet-geconventioneerde centra, zoals UZA en UPC KU Leuven, zijn de wachttijden korter. De psychologische consultaties worden hier echter niet terugbetaald, waardoor de zorg voor de patiënt een hogere kost met zich meebrengt.

Lange wachttijden kunnen erg zwaar zijn. Zeker wanneer je misschien al een lang proces hebt afgelegd voordat je de stap zette om je aan te melden. Maanden of zelfs jaren wachten betekent gelukkig niet dat je al die tijd niets kan doen.

Wat kan ik doen tijdens het wachten?

Tijdens het wachten kan je al ondersteuning zoeken, informatie verzamelen en bekijken welke stappen voor jou belangrijk zijn. In het artikel wordt ook verwezen naar de structurele samenwerking tussen het Transgender Infopunt en de CAW's. Via deze samenwerking kunnen mensen in het volwassenonthaal van het CAW of JAC terecht voor basisinformatie en een gerichte doorverwijzing. Wie op een wachtlijst staat, kan daarnaast ook doorverwezen worden naar externe zorgverleners voor één of meerdere gesprekken. Hiervoor kun je gebruik maken van onze zorgkaart.

Op de webpagina 'ik sta op de wachtlijst, wat nu?'Externe link bundelen we ook verschillende mogelijkheden en tips. Je hoeft niet te wachten tot je eerste afspraak in een gespecialiseerd genderteam om bijvoorbeeld ondersteuning te zoeken, met iemand te praten of informatie te verzamelen over mogelijke stappen.

Wat is er nodig om de wachttijden te verminderen? 

Er is nood aan meer middelen en meer gespecialiseerde hulpverleners. Zo kunnen extra financiële middelen ervoor zorgen dat genderteams meer psychologen en andere zorgverleners kunnen inzetten en meer mensen kunnen begeleiden.

Daarnaast kan ook de expertise buiten de gespecialiseerde genderteams worden versterkt. Bijscholingen voor externe psychologen, huisartsen en andere (eerste- en tweedelijns)hulpverleners kunnen ervoor zorgen dat meer professionals zich voldoende bekwaam voelen om trans personen te begeleiden. Niet iedereen hoeft daarvoor een gespecialiseerde genderhulpverlener te worden: met de juiste kennis en ondersteuning kunnen externe psychologen een deel van de psychosociale begeleiding opnemen.